Datum 1-1-2026
Regelgeving
Regel 2 van de Gedragsregels bepaalt dat de mediator transparant is over het mediationproces.
Best practice
De mediator moet duidelijk en transparant zijn over wat partijen van hem mogen verwachten, over zijn aanpak én over de rol en hoedanigheid waarin hij optreedt.
Mocht de mediator er bijvoorbeeld behoefte aan hebben om separaat met iemand contact te hebben die geen partij is in de mediation – maar daarbij wel als deelnemer of anderszins is betrokken en ook een geheimhoudingsverklaring heeft getekend, bijvoorbeeld een HR-functionaris of een adviseur van een partij – dan dient hij daarover wel transparant te zijn en dat van tevoren met de partijen te hebben afgestemd.
Een eventuele rolwisseling dient de mediator duidelijk en schriftelijk te bevestigen zodat er geen verwarring kan ontstaan over de hoedanigheid waarin hij optreedt. Om verwarring te voorkomen, is het ook van belang dat de mediator bij schriftelijke uitingen (in welke vorm dan ook, zoals op facturen en verrichtingenstaten) naar partijen duidelijk aangeeft vanuit welke titel en hoedanigheid hij deze berichten aan partijen stuurt en erop let dat hij die niet ondertekent als mediator als hij die rol niet (meer) heeft.
Mocht de mediator bij de MfN zijn geregistreerd – en zich daarmee ook naar buiten afficheren – maar in een andere hoedanigheid optreden (bijvoorbeeld als adviseur, coach of notaris en dus niet als mediator) dan moet hij voorkomen dat er bij partijen de indruk zou kunnen ontstaan dat hij (ook) als mediator optreedt. Anders loopt hij het risico dat de Gedragsregels onbedoeld op hem van toepassing zijn. In de opdrachtbevestiging met zijn opdrachtgever(s) zou hij dan zekerheidshalve uitdrukkelijk kunnen opnemen dat hij niet als mediator optreedt en de regelingen van de MfN, waaronder de Gedragsregels, niet van toepassing zijn op de uitvoering van de desbetreffende opdracht. Uiteraard kan de mediator in ieder traject wel gebruik maken van zijn mediationvaardigheden.
Uitspraken tuchtrechter
Zaak M-2016-21
In deze zaak overweegt de Tuchtcommissie als volgt: ‘De mediator heeft in dit geval zijn rol van neutrale procesbegeleider verlaten. Hij heeft zich opgesteld als therapeut zonder dat hij uitdrukkelijk afstand had gedaan van zijn rol als mediator op de wijze zoals hiervoor beschreven. Het enkele feit dat de mediator aan de hand van een flipover een uitleg over zijn werkwijze en over emotiemanagement aan klaagster heeft gegeven, doet hieraan niet af. Aldus heeft de mediator zijn rolwisseling van mediator naar therapeut onvoldoende gemarkeerd, met als gevolg dat bij klaagster onduidelijkheid en verwarring zijn ontstaan over de hoedanigheid waarin de mediator in het nagesprek is opgetreden.’
Zaak M-2020-6
In deze zaak is de mediator door partijen benaderd in de hoedanigheid van mediator. De eerste contacten tussen de mediator en partijen hadden tot doel om mogelijk een mediation te starten. Zover is het echter niet gekomen. Wel is de mediator uiteindelijk als adviseur van een van de partners opgetreden. Deze pettenwissel ‘had voor de mediator aanleiding moeten zijn om aan beide partijen op ondubbelzinnige en niet voor tweeërlei uitleg vatbare wijze schriftelijk – en niet alleen mondeling – duidelijk te maken dat hij niet optrad als onafhankelijk en onpartijdig mediator, maar als belangenbehartiger van een der partijen. Hij had zich er daarnaast van dienen te vergewissen dat het ook voor alle betrokkenen duidelijk was dat van mediation geen sprake (meer) was. Dit brengt een behoorlijke uitoefening van het beroep met zich mee en daaraan heeft de mediator onvoldoende gevolg gegeven.’
Daarnaast speelde ook mee dat in de door de mediator opgestelde vaststellingsovereenkomst werd gesproken over ‘de kosten van de mediator ter zake van deze vaststellingsovereenkomst.’ En tot slot is de vaststellingsovereenkomst afgedrukt op briefpapier van de mediator met een watermerk met copyright. Met deze uitingen kon bij partijen de gedachte blijven bestaan dat de mediator in kwestie ook daadwerkelijk als mediator optrad.
