Datum 1-1-2026
Regelgeving
Artikel 7 van het MfN-Mediationreglement bepaalt dat partijen aan derden, onder wie rechters of arbiters, geen mededelingen doen over het verloop en de inhoud van de mediation, waaronder de door partijen ingenomen standpunten, genoemde belangen en voorstellen die zij hebben gedaan en de daarbij mondeling of schriftelijk verstrekte informatie en gedragingen.
In het bijzonder is in artikel 7.5 van het MfN-Mediationreglement bepaald dat het niet is toegestaan om tijdens de mediation – op welke wijze dan ook – geluids- en/of video opnamen te maken van een (of meer) gesprek(ken) dat/die in het kader van de mediation plaats vindt/vinden, tenzij de partijen en de mediator uitdrukkelijk anders overeenkomen. Als in strijd hiermee geluids- of video opnamen worden gemaakt vallen deze toch onder de geheimhouding van artikel 7. Deze opnamen mogen (ook) niet worden gebruikt in klacht-, tuchtrechtelijke of andere procedures.
Best practice
Uit artikel 7 van het Mediationreglement vloeit voort dat alles wat tijdens een mediation mondeling en schriftelijk wordt uitgewisseld, vertrouwelijk is. Ook het verloop en de gang van zaken, waaronder gedragingen van partijen, vallen onder deze vertrouwelijkheid. Deze informatie mag buiten de mediation niet (tijdens of na afloop van de mediation) worden gebruikt, tenzij partijen daarover expliciet afwijkende afspraken met elkaar en met de mediator maken. De geheimhoudingsplicht geldt voor alle betrokkenen bij het mediationproces. In artikel 7 lid 3 is bepaald welke stukken van het mediationproces onder de geheimhouding vallen. Zo is (onder meer) expliciet benoemd dat geluidsbanden, videobanden, foto’s en digitale bestanden in welke vorm dan ook vallen onder ‘stukken’ zoals bedoeld in artikel 7 lid 2. Het gaat hier om informatie die een partij in het kader van de mediation deelt met de andere partij (en de mediator).
Het is echter de vraag hoe er kan worden omgegaan met al dan niet tijdens de mediation heimelijk opgenomen geluids- en/of video-opnamen, dan wel met de wens van partijen om de mediationgesprekken op te nemen. Uit uitspraken van de Tuchtcommissie en het College van Beroep blijkt dat in het kader van de tuchtrechtelijke procedure ook heimelijk en zelfs in strijd met afspraken daarover in de mediationovereenkomst gemaakte geluids- en/of video-opnamen, als bewijs kunnen worden ingebracht, tenzij er sprake zou zijn van bijkomende (lees: bijzondere) omstandigheden. Hierbij motiveerde het College van Beroep zijn uitspraak in dat verband onder meer met de overweging dat het MfN-Mediationreglement geen verbod kende om dergelijke geluids- en/of video-opnamen te maken.
In het MfN-Mediationreglement was inderdaad geen expliciete regeling opgenomen die een verbod inhoudt op het maken van geluids- of video-opnamen tijdens de mediation. Daarom is sinds 1 januari 2026 in artikel 7 lid 5 van het MfN-Mediationreglement bepaald dat tijdens de mediation geen geluids- of video-opnamen mogen worden gemaakt tenzij anders tussen partijen en de mediator is overeengekomen en – uitdrukkelijk ook – dat in strijd daarmee gemaakte opnamen niet mogen worden gebruikt binnen klacht- of tuchtrechtelijke of andere procedures. Dit zou kunnen betekenen dat de Tuchtcommissie en het College van Beroep in een voorkomend geval een verweer van de mediator tegen de inbreng van dergelijke geluids- of video-opnamen wel zullen honoreren. Maar dat moet de toekomst nog uitwijzen.
Let op: de onderstaande uitspraken van de Tuchtcommissie dateren van voor de bovengenoemde reglementswijziging.
Overigens zou het voor de mediator aanleiding kunnen zijn zich terug te trekken uit een mediation wanneer tijdens de mediation geluids- of video-opnamen zijn gemaakt zonder dat partijen en de mediator uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat dit mocht.
Uitspraken tuchtrechter
Zaak B-2017-1
In deze uitspraak overweegt het College van Beroep als volgt: ‘Daartegenover staat het een partij bij de mediation vrij om voorstellen te doen over de inrichting van het mediationproces, waaronder een voorstel tot het maken van geluidsopnames. In het onderhavige geval is naar aanleiding van de aankondiging van klager dat hij geluidsopnames wilde maken zowel door de wederpartij als door de mediator kenbaar gemaakt dat zij daarmee niet instemden. Desondanks is klager, zonder dat de wederpartij en de mediator daarvan op de hoogte waren, voortgegaan met het maken van opnames. Toen dit werd ontdekt heeft de mediator de mediation beëindigd. Het College is van oordeel dat de mediator onder de omstandigheden van dit geval niet in strijd met de partijautonomie van klager heeft gehandeld door de geluidsopnames niet toe te staan. Het stond de mediator onder de gegeven omstandigheden ook vrij de mediation te beëindigen. Het College neemt daarbij in aanmerking dat het een mediator ingevolge artikel 5 van het MfN-Mediationreglement vrijstaat de mediation op elk moment te beëindigen. Van schending van enige gedragsregel is het College niet gebleken.’
Zaak B-2021-2
In een tussenbeslissing van het College van Beroep besliste het in lijn met eerdere uitspraken dat een klager zich tijdens een tuchtrechtelijke procedure op door hem gemaakte geluidsopnamen mag beroepen, ook al zijn die heimelijk en zelfs in strijd met in de mediationovereenkomst vastgelegde afspraken gemaakt. Alleen onder bijzondere omstandigheden zou dit anders zijn. Hierbij overwoog het College van Beroep in de eerste plaats dat het Mediationreglement geen expliciete bepaling kent die een verbod inhoudt op het maken van geluidsopnamen tijdens mediation.
