Vragen en antwoorden wijziging MfN-regelgeving per 1 februari 2017

Per 1 februari 2017 wijzigt de MfN-regelgeving. Eén wijziging heeft betrekking op het Mediationreglement (artikel 8) en de andere wijziging heeft betrekking op de Gedragsregels voor de MfN-registermediator (artikel 9). Voor de inhoud van deze twee wijzigingen verwijzen wij u naar het bericht dat in 2016 naar alle MfN-registermediators is gestuurd. Naar aanleiding van de aankondiging van bovengenoemde wijzigingen heeft het MfN-bureau een aantal vragen en opmerkingen ontvangen. Hieronder geven wij graag antwoord op deze vragen en opmerkingen.

Mag een mediator een mediation beëindigen door middel van een elektronisch bericht?

Een mediator of een partij kan de mediation beëindigen door middel van een schriftelijk bericht. Onder een schriftelijk bericht kan ook een elektronisch bericht worden verstaan. Het is van belang dat uit het bericht blijkt wanneer de mediation daadwerkelijk beëindigd is. Het tijdstip van beëindiging van de mediation speelt namelijk een rol bij het moment van het aanhangig maken van een gerechtelijke procedure of bij de termijn een klacht in te dienen conform de SKM-klachtenregeling.

Wat mag een mediator wel of niet in rekening brengen bij een partij op toevoegingsbasis?

Eigen bijdrage
De mediator zal voor een mediation waarin hij is toegevoegd voor zijn werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van de door de Raad voor Rechtsbijstand opgelegde eigen bijdrage (artikel 9, sub 3 van de Gedragsregels).

Dat een mediator de eigen bijdrage in rekening mag brengen aan de toegevoegde partij vloeit voort uit artikel 35 van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) jo. artikel 33e Wrb. In art. 35 Wrb wordt verwezen naar artikel 4 ‘Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000’ (hierna: Bvr) in samenhang met artikel 7 lid 4 ‘Besluit toevoeging mediation’.

Kosten naast de eigen bijdrage
Het in rekening brengen van een vergoeding aan de toegevoegde partij (naast de eigen bijdrage) is in strijd met de bepalingen in de Wrb (artikel 33e lid 3 en 38 lid 1) en met artikel 11 lid 4 van de Inschrijvingsvoorwaarden voor mediators. Op grond hiervan kan aan een toegevoegde partij dan bijvoorbeeld ook geen instaptarief worden berekend. Een instaptarief kan wel worden gehanteerd voor de partij die niet in aanmerking komt voor een toevoeging. Zie hiervoor artikel 11 lid 1 van de Inschrijvingsvoorwaarden voor mediators. Voor het in rekening brengen van kosten die meer in het bijzonder ten behoeve van de zaak zijn gemaakt en die op grond van artikel 4 Bvr in rekening mogen worden gebracht aan de toegevoegde partij, geldt het volgende. Wanneer de mediator in zijn rol van procesbegeleider namens partijen een advocaat inschakelt kan de mediator de kosten die de advocaat in rekening brengt doorbelasten aan partijen. Deze kosten zijn bijvoorbeeld: griffierechten en uittreksels uit openbare registers (zie artikel 4 lid 2 Bvr). De Raad voor Rechtsbijstand heeft deze handelswijze aan de Mediatorsfederatie Nederland bevestigd.

Mag een mediator zijn uurtarief rekenen indien partijen afzien van een mediationtoevoeging?

Wanneer partijen in aanmerking komen voor een mediationtoevoeging en niettemin verkiezen daarvan geen gebruik te maken, dan is het de mediator toegestaan om op basis van zijn uurtarief/honorarium te werken. Hierbij is het van belang dat de mediator een en ander schriftelijk vastlegt met partijen. Zie artikel 9 lid 2 van de Gedragsregels voor de MfN-registermediator. Let op: indien er sprake is van een verwijzing vanuit het Juridisch Loket of een gerecht dan leggen de Inschrijvingsvoorwaarden van de Raad voor Rechtsbijstand wel een beperking op. Zie in dit verband artikel 11 lid 1 en 2 van de Inschrijvingsvoorwaarden voor mediators.

Dient artikel 9.3 van de Gedragsregels te worden gespecificeerd, in die zin dat de mediator naast de eigen bijdrage van partijen een vergoeding van de Raad voor Rechtsbijstand ontvangt?

Artikel 9.3 van de Gedragsregels vloeit voort uit het feit dat de mediator – buiten de eigen bijdrage – in geen geval een bedrag in rekening mag brengen bij de partij(en) op toevoegbasis. Het in rekening brengen van kosten aan de partij op toevoegbasis is in strijd met de bepalingen in de Wet op de rechtsbijstand (artikel 33e lid 3 en 38 lid 1) en met artikel 11 lid 4 van de ‘Inschrijvingsvoorwaarden mediators’ van de Raad voor Rechtsbijstand (zie de toelichting bij artikel 9 van de Gedragsregels). Artikel 9.3 van de Gedragsregels laat onverlet dat de mediator voor zijn werkzaamheden op toevoegbasis een vergoeding van de Raad voor Rechtsbijstand ontvangt. Zie in dit verband bijvoorbeeld ook de Gedragsregels voor de advocatuur (regel 24).

De Raad voor Rechtsbijstand (RvR) kent geen afhechtingstoeslag meer toe als de advocaat die het echtscheidingsverzoek indient niet bij de RvR staat ingeschreven. Betekent dit dat de mediator die voor het indienen van een echtscheidingsverzoek gebruik maakt van een niet ingeschreven advocaat de kosten van deze advocaat wel mag doorberekenen aan de partij (naast de eigen bijdrage)?

De kosten van de advocaat mogen niet aan de partij worden doorberekend. Artikel 38, lid 1 van de Wrb bepaalt dat de rechtzoekende alleen een eigen bijdrage is verschuldigd. De kosten van de advocaat voor het indienen van het echtscheidingsverzoek vallen onder de toevoeging. Ook als de mediator twee partijen bijstaat, waarvan er slechts één over een toevoeging beschikt, kan de afhechting niet bij de betalende klant in rekening worden gebracht. Onder de wel verstrekte toevoeging valt namelijk de gehele afhechtingstoeslag.

Meer informatie

Ga voor het Mediationreglement voor de MfN-registermediator, de toelichting op het Mediationreglement en de Gedragsregels voor de MfN-registermediator naar reglementen en modellen.

Voor vragen over toevoegingen, gesubsidieerde rechtsbijstand en/of uw inschrijving bij de RvR, verwijzen wij u naar www.rvr.org.

 

 

 

 

 

 

 

Een moment geduld alstublieft, het zoeken kan enige tijd duren.